Het Centraal Mediators Register

Het Centraal Mediators Register

Door Gjalt Schippers

  • 5 min. leestijd
De aanleiding voor het plaatsen van deze bijdrage zijn de vragen die bij iedere maandelijkse netwerkbijeenkomst worden gesteld over het Centraal Mediators Register (hierna CMR).

De aanleiding voor het plaatsen van deze bijdrage zijn de vragen die bij iedere maandelijkse netwerkbijeenkomst worden gesteld over het Centraal Mediators Register (hierna CMR). Het gaat dan om vragen als:

‘Hoe zit het nu met de komst van het Centraal Mediatorsregister? Hoe raakt dat mij als mediator? Wat is de koers van de NMv hierin?’

Omdat deze vragen tijdens de netwerkbijeenkomsten telkens terugkomen menen wij er goed aan te doen om door middel van deze brief de NMv-leden breed te informeren. Juist omdat de komende maanden bepalend zijn! Het binnenkort te verwachten advies over het landelijk CMR gaat iedere beroepsprofessional, ongeacht registratie of certificering raken. Een tweede reden is dat wij als bestuur van de NMv een beroep op jou als vakgenoot doen om over het CMR actief mee te praten, in ieder geval tijdens de Algemene Ledenvergadering op 12 juni a.s.. Ten derde willen wij door middel van dit artikel meer duidelijkheid geven over de wijze waarop de NMv jouw belangen als mediator behartigt in de aanloop naar het landelijk CMR. Het is goed als je als lid weet waar jouw vereniging voor staat en waar je als conflictprofessional dus op kunt rekenen.

Wat staat er de komende maanden te gebeuren?

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 4 februari 2025 de Adviescommissie Centraal Mediatorsregister ingesteld. Die commissie heeft tot taak om, met het oog op de totstandkoming van een CMR, advies uit te brengen over de inrichting van het publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan dat met het beheer van het register wordt belast. Maar ook over de daaraan verbonden kwaliteitsnormen en procedures, alsmede de wijze waarop andere organisaties bij de uitvoering betrokken kunnen worden. Het eindverslag zou uiterlijk op 4 juli 2025 worden uitgebracht.

De uitvoering van de onderzoeksopdracht vergde echter meer tijd dan voorzien. Om die reden is door de Staatssecretaris besloten dat de commissie het eindverslag uiterlijk op 1 april 2026 zal uitbrengen. Daarna zal de commissie worden opgeheven.

De komst van het CMR zal impact hebben op ons, mediators. Als ledenvereniging is het belangrijk dat ieder lid zijn of haar stem laat horen over dit onderwerp. Tijdens de aankomende ALV op 12 juni zullen we er daarom dieper op in gaan.

Wat is de aanloop, de huidige stand van zaken en de stappen die we als NMv verder nemen?

De aanloop: waarom een Centraal Mediatorregister en wat is de koers van de NMv?

Het bestuur van de NMv onderschrijft dat de Nederlandse mediationsector zich in een transitie bevindt. Een transitie van een stelsel met uitsluitend private registers met ieders hun eigen klacht- en tuchtsysteem, naar een systeem waarin de wetgever voorziet in een CMR met bijbehorend wettelijk klacht- en tuchtrecht. De NMv streeft ernaar dat klacht- en tuchtrecht buiten het CMR georganiseerd wordt. Daar waar de verschillende registers nu, elk binnen hun eigen systeem, de randvoorwaarden bepalen waar een mediator aan dient te voldoen; alsook wanneer dat register een casus als een volwaardige mediation erkent, is de verwachting dat er straks een heldere en toetsbare norm zal zijn waar een beroepsbeoefenaar aan dient te voldoen.

Wat maakt dat de overheid nu een CMR gaat instellen en de beroepsgroep daardoor voor een kantelpunt staat?

Het beroep mediator is, in tegenstelling tot de meeste EU landen om ons heen, in Nederland nog altijd geen gereguleerde of erkende professie. Deze vrije marktsituatie maakt dat er momenteel meerdere private registers bestaan. Deze marktpartijen hanteren elk hun eigen kwaliteitscriteria voor de goede uitoefening van het vak en regels voor erkenning. Soms is dit gebaseerd op eigen ingestelde regels, soms op internationale normen. Om naar buiten toe als ‘onafhankelijk overkoepelende erkenningsorganisatie’ over te komen, zijn registers en het eigen klacht- en tuchtsysteem in aparte entiteiten ondergebracht. Meestal in de vorm van een stichting. In alle gevallen is de uiteindelijk belanghebbende een privaatrechtelijke entiteit en functioneren de registers binnen een commercieel inkomstenmodel.

Binnen de rechtspraak en de rechtsbijstand wordt uitsluitend een beroep gedaan op mediators met een registratie in het MfN-register, aangevuld met extra voorwaarden vanuit de Raad voor Rechtsbijstand. Andere kwaliteitssystemen worden door de Raad voor Rechtsbijstand niet toegelaten. Toch heeft de minister van Veiligheid en Justitie in zijn Kamerbrief van 22 oktober 2023 alle bestaande kwaliteitssystemen als gelijkwaardig aangemerkt. In de kamerbrieven is ook terug te vinden dat zelfregulering binnen de beroepsgroep niet tot een uniform systeem van kwaliteitsvereisten, erkenning en registratie heeft geleid. Deze imperfecte marktwerking maakt dat de inzet van mediation, in al haar vormen, maatschappelijk gezien achter blijft. Daaraan heeft ook niet bijgedragen dat de verschillende registers, soms openlijk en op hoge toon, met elkaar van mening verschillen over de vraag hoe die regulering eruit zou moeten zien, alsook wie de beroepsgroep als geheel vertegenwoordigt.

Al in 2011 kondigde voormalig minister Opstelten de wens voor één register al aan Eenheid is echter wel geboden nu mediation, in weerwil van de imperfecte marktwerking, in populariteit toeneemt. Ook wordt vanuit de politiek met enige regelmaat aangedrongen op de inzet van mediation als alternatief op vaak langlopende (dure) gerechtelijke procedures.[vii] Omdat het in de markt voor mediation en mediators momenteel ontbreekt aan uniforme kwaliteitseisen en een vorm van centrale regulering wordt vanuit de overheid nu de vervolgstap gezet om een CMR in het leven te roepen. Daarbij speelt ook het feit dat vrijwel alle EU-landen mediation en het beroep mediator al wel hebben gereguleerd.

De wetgever heeft in haar keuze voor een CMR expliciet duidelijk gemaakt dat zo’n register geen onderdeel zal zijn van een zelfstandige beroepsorganisatie met regelgevende bevoegdheid (zoals NoVa of KNB). Het omvormen van een van de bestaande particuliere registers tot centraal register is daarbij uitgesloten. Het toekomstig CMR zal als organisatie onder worden gebracht bij een bestaand zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Vanuit de kwartiermaker is aangegeven dat de keuze voor wie de registerhouder wordt niet meer ter discussie staat. Randvoorwaarde voor de keuze van het zbo was, en is, dat dit bestuursorgaan op voldoende afstand van de overheid en de rechtspraak dient te staan zodat de neutrale en onafhankelijke positie van de mediator gewaarborgd blijft. Immers de overheid is voor de mediator ook gewoon een van zijn of haar cliënten.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft prof. mr. Stefaan Voet (KU Leuven) aangesteld als kwartiermaker voor het CMR. De kwartiermaker heeft de opdracht gekregen om met zijn commissie aan de minister advies uit te brengen over de inrichting en vorm van een CMR.  Zoals eerder toegelicht zal het advies van de kwartiermaker uiterlijk april 2026 worden uitgebracht. Of inschrijving in het komende centraal register verplicht wordt is nog altijd de vraag. Dit zal blijken uit het advies dat zal worden uitgebracht.

Inspanningen en standpunten van de NMv?

De NMv heeft altijd duidelijk aangegeven te pleiten voor het bestaan van één register. Ten eerste vormt de inschrijving in een of meerdere registers voor onze leden een flinke kostenpost. Dat geldt ook voor de terugkerende onderhoudskosten. Het is ons bekend dat er leden zijn die wel bij drie registers zijn ingeschreven. Ten tweede levert het bestaan van meerdere registers voor opdrachtgevers een onduidelijk beeld op van de kwaliteitsnormen en voor het klacht- en tuchtsysteem waarop zij kunnen rekenen.

De NMv bepleit dus dat er één register is en heeft de bestaande registers enkele malen geprobeerd om tafel te krijgen, zodat een vorm van eenheid in het werkveld had kunnen ontstaan. De bestaande registers hebben in onze ogen verschillende plussen en minnen. Bij een gezamenlijke aanpak zou daarom ‘het beste van verschillende registers’ hebben kunnen ontstaan. Helaas moet worden geconstateerd dat dit op onwil is gestuit. Gezamenlijke gesprekken hebben niet plaatsgevonden, zonder of met de NMv aan tafel als vereniging van mediators, zijnde de eerst-belanghebbenden. Resultaat is dat nu vanuit de overheid de al aangekondigde vervolgstap (zie de eerder aangehaalde kamerbrieven) wordt gezet.

De NMv heeft bij verschillende schriftelijke consultatierondes en gelegenheden naar voren gebracht dat zij op het standpunt staat dat het beroep van ‘mediator’ wettelijke titelbescherming behoeft (zoals bijvoorbeeld accountant, architect etc.). Met andere woorden: alleen de beroepsprofessional ingeschreven in het CMR komt titelbescherming toe.

Daarnaast maakt de NMv zich hard voor een transparant en inclusief overgangsrecht, zodat geen enkele mediator buiten de boot valt. Of zij nu zelfstandig werken, binnen een organisatie zoals de overheid, of bij de rechtbanken, alle beroepsbeoefenaren moeten zich kunnen herkennen in het centrale register en daar erkenning van krijgen. Ook dat standpunt ligt in lijn met wat de minister voorstaat (zie de eerder aangehaalde kamerbrieven).

Bij de consultatierondes heeft de NMv de voorwaarde aangegeven dat alle mediators
-ongeacht waar zij nu hun registratie hebben ondergebracht- gelijke kans hebben om zich in te schrijven in het CMR, en dat er een transparante en duidelijke overgangsregeling is naar het CMR.

Als lid van de Nederlandse Mediators vereniging kunnen jullie rekenen op de volle inzet van het bestuur om je belangen als mediator te behartigen. Het bestuur rekent ook op jou door input te leveren. Wij zullen met regelmaat berichten over de ontwikkelingen van het aanstaande CMR met jullie delen.

Wij stellen ons voor dat in weerwil van bovenstaande toelichting er vragen zijn over al deze ontwikkelingen. Voor vragen en reacties is een aparte e-mailbox  geopend:
vragen-cmr@mediatorsvereniging.nl. Ook zullen we de komst van het CMR op de agenda zetten van de ALV op 12 juni 2026.

Leersum, maart 2026

Het bestuur van de Nederlandse Mediatorsvereniging,

Aad van Dam, interim-voorzitter/penningmeester,

Hans Bekkers, bestuurder,

Gjalt Schippers, bestuurder,

Roliene Fluit, bestuurder

Nora Achahbar, bestuurder.

Op de hoogte blijven?

Meld je aan voor de nieuwsbrief!

newsletter image